Bedwing de Catalaanse Pyreneeën per MTB

Het is bijna onvoorstelbaar dat de zuidelijke kant van het gebergte van de Pyreneeën nog zo onbekend is. Het is ook een zegen. De fietser vindt er een haast eindeloze wereld van uitdagingen, zo gewenst op het allerzwaarste niveau. De Catalaanse Pyreneeën doorstaan elke vergelijking met collega-massieven moeiteloos. Er wachten de fietser veel te onbekende reuzen, in een land waar je meer dan welkom bent en de fietser alle ruimte heeft. De hoogste tijd om dit fascinerende gebied toe te voegen aan de lijst van must-do’s.

Zwam in zomerzon

De herfst is maar net begonnen en de paddenstoelenjacht is al in volle gang. De Catalanen trekken de bossen in op zoek naar eetbare zwammen en schimmels, die dan langs de weg worden verkocht of in de pan belanden. Hoewel, herfst in Catalonië? De temperatuur ligt begin oktober nog tussen de 20 en 30 graden en je kunt in een weldadig zonnetje aan de Costa liggen bakken.
Maar we komen hier niet voor zeebad of zwam, hoe lekker ook. De bergen en pittige mountainbiketrails staan op het programma, een tocht over 225 kilometer van de Catalaanse Pre-Pyreneeën tot aan Roses aan de Costa Brava. In het binnenland zien we al snel het andere gezicht van Catalonië. Dorpen met romaanse kerkjes waar een serene rust heerst, kronkelende wegen haast zonder verkeer en de toppen van het robuuste gebergte van de Pyreneeën, waaronder die mythische ‘gevorkte’ Pedraforca met zijn twee karakteristieke toppen.

L’Avi, Barça

Voor we op de mountainbikes stappen, gaan we in restaurant El Recó de l'Avi in Guardiola de Berguedà natuurlijk eerst nog kennismaken met de trots van Catalonië, FC Barcelona. Of beter gezegd, met de mascotte van Barça. Er verschijnt geen levensgrote kip, arend of een ander dier, maar een innemende man met een grijze baard. L’Avi noemen de fans hem, ofwel ‘grootvader’, naar het karakter ‘L’Avi del Barça’ dat cartoonist en schrijver Valentí Castanys in 1924 creëerde. Gewillig laat hij zich fotograferen door de gasten, zeker als ze uit het land komen van ene Johan Cruijff. We laten deze kans vanzelfsprekend niet voorbijgaan. Welke club we in de Primera División supporteren? We durven maar één antwoord te geven aan de glimlachende Avi. Barça!

El Cadí-Moixeró Natural Park


Vanuit La Seu d’Urgell, het startpunt van de tocht, rijden we de bergen in. De kronkelende weg biedt af en toe prachtige panorama’s op de vallei waarin La Seu ligt. Welgeteld twee auto’s passeren ons. Verrassend weinig, want we bevinden ons aan de rand van een groot Catalaans natuurpark: El Cadí-Moixeró, met als hoogste punt de Vulturó (2.648 m). Het gaat pittig bergop, eerst door naaldwouden, dan langs bergweides. De onverharde, maar goed berijdbare bosweg gaat over in een stenig pad. De steile helling slaat de groep uit elkaar: een voor een capituleren we op weg naar de Coll de Jovell. Hijgend duwen we onze fullies naar boven, tot het punt dat het weer zoveel afvlakt dat je weer kunt trappen. Het zal niet de laatste keer zijn dat we die tactiek moeten toepassen in de Catalaanse ‘Pirineus’. Op de pas breekt de zon door de bewolking. Wat we zien is een adembenemend panorama. Groene bergen zover het oog reikt, bossen en nauwelijks verkeer. Je kunt hier honderden kilometers trails rijden zonder iemand tegen te komen. Die weelde is bij de meeste Vlamingen en Nederlanders niet bekend. Het Catalaanse gebergte is voor fieters nog ‘The Undiscovered Country’.

Er is geen verstoppen. Eindeloze fietsmogelijkheden

Na de klim is het speeltijd: naar beneden via single tracks. We suizen langs stenen en doornige struiken; keien en grind spatten weg. Het kan niet anders of deze paadjes zijn gemaakt door vee of wild. Waarheen ze leiden, is me niet duidelijk. Alles rondom me is een groene muur van kleine dennenbomen. Een voet gaat aan de grond, even verderop nog een. Ik ben uit mijn ritme en hopeloos achterop bij mijn metgezellen. Plots sta je stil, midden in de natuur, zonder dat je een flauw idee hebt waar je bent.
Gelukkig wordt er gewacht. Thanks. Maar direct daarna wordt er weer flink doorgereden. We doorkruisen het natuurpark met de majestueuze bergen van west naar oost, passeren de Coll de la Bena en duiken naar beneden richting Bagà. Opnieuw verwonder ik me. Het is doodstil; zelfs geen vogel roert zich. We zijn in dit prachtige park nog geen enkele mountainbiker en maar een paar wandelaars tegengekomen.

The Catalan Pyrenees: the undiscouvered country

Koninginnenrit

In La Molina komen we bij van onze eerste test in de Pyreneeën. In december draaien de skiliften in dit wintersportdorp op volle toeren als de Spanjaarden en Catalanen (van wie velen zich geen Spanjaard voelen) de latten onderbinden. Nu is La Molina uitgestorven, afgezien van een kleine supermarkt waar enkele klanten boodschappen doen. We trekken ’s ochtends verder naar het westen, over wegen en trails die onze gids op een complexe manier in zijn gps aan elkaar heeft weten te knopen. Dit wordt de koninginnenrit, verklaart hij met een brede glimlach. 
Hij houdt woord. Na een achterafweggetje langs een huis, gaat het steil omhoog door een bos en daarna zigzag door hooggelegen weiden, afgezet met stroomdraden. We krijgen opnieuw een fantastisch panaroma voorgeschoteld, waarna we een ‘geitenpad’ aan de andere kant van de berg nemen. Een pad met één minpuntje; de doornige struiken die er vlak langs groeien. Een grote struik vangt me vinnig op als ik met fiets en al het evenwicht verlies. Bloedende schrammen zijn de straf voor dit ‘stuurfoutje’. 
Geen tijd om hier lang bij stil te staan. Omlaag gaat het alweer, over een asfaltweg naar het dal, en daarna weer omhoog, de volgende bergrug over.

Afzien in totale stilte

Nog 700 hoogtemeters te gaan, roept de gids. 700? Dat is te overzien. Maar een deel van de route loopt over een pad dat alleen door toppers volledig fietsend is af te leggen. Een vrouw met hond spreekt me aan terwijl ik de fiets naar boven duw. Ben ik op de verkeerde weg beland? Ik wuif vaag naar boven. Nee, ik moet naar boven, al is het dan lopend. 



Singletrack naar Camprodon 


Het laatste stuk van de koninginnenrit is allesbehalve slopend. Na de pas gaat het verder in dalende lijn, dwars door weides. De ‘Catalaanse’ koeien zijn totaal niet onder de indruk van fietsertjes die soms rakelings langs hen suizen. De gids ruikt de stal: dit is zijn geboortestreek. Elke struik en boomwortel is in zijn hersencellen opgeslagen. In lagergelegen bossen flitst hij paden in die nauwelijks die naam mogen dragen. Dit zijn échte single tracks.
Geen tijd voor overpeinzingen. De buitenwereld is ver weg als we over stenen, wortels en graspollen stuiteren. Verleden en toekomst spelen geen rol. Intensief mountainbiken is fietsen in het hier en nu. Ik probeer van de remmen af te blijven en de fiets zijn weg te laten vinden. Desondanks verlies ik het contact met mijn voorgangers. Ik moet alles geven om maar enigszins bij hen in het spoor te kunnen blijven...

Intensief mountainbiken is fietsen in het hier en nu

De beloning én eindpunt van deze zware rit is de stad Camprodon, met de karakteristieke stenen brug El Pont Nou uit de 12e eeuw die de rivier Riu Ter overspant. Die dient natuurlijk nog beklommen te worden. De etalages van de vele delicatessenzaken tonen de zaligste regionale specialiteiten. Dit is de stad van worsten en de beroemde Birba-koekjes en biscuits. Aan de rand van de bebouwing zien we in de schemering nog de contouren van grote villa’s. Het bergstadje, gelegen op 1000 meter hoogte, is in de hete zomermaanden een toevluchtsoord voor rijke inwoners van Barcelona, die er in betere economische tijden fraaie paleisjes hebben laten optrekken. Wij laten de chique villa’s voor wat ze zijn en trekken ons terug in ons fietsvriendelijke hotel Grèvol, waar de spa en hamam wonderen doen voor onze benen. Om maar niet te spreken van het heerlijke diner dat volgt, met een prachtige rode Empordà-wijn uit 2007...

40 Catalaanse vulkanen!

Het (voor)gebergte van de Pyreneeën laten we op de derde dag definitief achter ons. Kronkelende, verlaten asfaltwegen, ideaal voor racefietsers die in geaccidenteerd terrein willen trainen, leiden ons verder richting de Middellandse Zee. De Costa Brava is niet zo ver meer, een afstand van zo’n 120 kilometer.

Maar voordat we weer aan de Costa denken; eerst willen we nog de (slapende) vulkanen van Catalonië zien. Er liggen er welgeteld veertig in het Parc Natural de la Zona Volcànica de la Garrotxa. 


Oktober: 27 graden, zon en groen           

De jongste telg van van die vulkaangroep, de Croscat, is meteen ook de merkwaardigste ervan. Het lijkt alsof een reus er een stuk van heeft afgesneden. Een inmiddels opgeheven steengroeve heeft in een periode van 25 jaar een deel van deze vulkaan afgekloven. Maar die activiteit heeft ook een voordeel opgeleverd: geologen, toeristen en andere geïnteresseerden krijgen zo de kans om de opbouw van de vulkaan met de verschillende lagen te bestuderen.

Fietsen langs 40 vulkanen, inactief, gelukkig           

Pitsstop in Santa Pau


Via een korte klim komen we in Santa Pau terecht, gelegen in het hart van het vulkaanpark. Het eeuwenoude stadsplein vormt het decor voor onze eetpauze. Bidons worden gevuld, bananen ‘geladen’. Voldoende drinken is erg belangrijk, dat is inmiddels wel duidelijk; de inspanning is groot en de zon is ook in oktober nog altijd zeer krachtig.

De Catalaa­nse vlag – met een goudgele achtergrond, rode banen en een ster – wappert trots aan een huis op dit plein. Overal in Catalonië zie je deze vlag aan particuliere huizen en gebouwen hangen als symbool van de trots die Catalanen voor hun eigen identiteit voelen.

Figueres, Dalí!

Eenmaal in Figueres, aan het einde van derde dag, is het nog een klein sprongetje naar zee. Het is wennen: we zijn weer in een grote stad. In het centrum flaneren ’s avonds zomers geklede inwoners en toeristen langs de winkeltjes. Geen tv-dinners hier; de Catalanen weten wat leven is. Tot laat in de avond zitten de terrassen vol en wordt er volop gegeten en gedronken. 
We deinen mee op het Catalaanse ritme, drinken Catalaanse wijn en het Catalaanse Estrella Damm-bier op een terrasje. Na het diner in het restaurant van hotel Duran komt ook een Ratafia Russet, een walnoot kruidenbitter, op tafel. En wat te denken van de ‘porro’, die traditionele Catalaanse kruik waaruit je niet drinkt, maar de wijn letterlijk vanaf een afstandje in je mond giet?


Figueres is de stad van Salvador Dalí, kunstenaar en één van de absolute grootheden van de surrealistische schilderkunst. Het populaire museum van Dalí in de stad, dat hij zelf mede heeft ontworpen en gebouwd, is nét zo surrealistisch als zijn schilderkunst en zo excentriek als Dalí zelf was. Vreemde bollen op de gevels en bizarre en merkwaardige decoraties aan de binnenzijde.

Vriendelijke slotetappe

Op weg naar Roses genieten we de volgende dag van een voor Catalonië schaars fenomeen: het terrein is relatief vlak. En toch kun je ook aan de kust prima mountainbiken door met wat creativiteit allerlei onverharde trajecten aan elkaar te knopen. Op goed geluk trappen we verder. Onverharde binnenweggetjes, soms omzoomd door metershoog riet, worden afgewisseld met verharde wegen door open vlaktes, waar een stevige wind uit zee staat.

Als het bijna vlak is, dan waait het hard

Bike en beach

De finish nadert. Eerst komen de witte appartementen van Roses in zicht, daarachter ligt het einddoel: de boulevard, het strand en de zee. In de branding, we rijden tot we zeewater aan de voet voelen, nemen we nog een foto met de mountainbikes. Na 225 kilometer fietsen door het binnenland is er maar één conclusie mogelijk. De Catalaanse Pyreneeën-regio is ‘the undiscovered country’, het gebergte meet zich moeiteloos met elk hooggebergte in Europa.

We komen hier zeker terug.

Catalaanse Pyreneeën - Costa Brava 225 km

online edities | NL | Wereld voor fietsers

recente publicaties | NL | Wereld voor fietsers

ONZE NIEUWSBRIEF

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief, zodat we jou op de hoogte kunnen houden!

MAIL ONS

CONTACT

We travel!
Office in Amsterdam


Tel: +31 641 8844 93


Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.